Lineaire verbanden

Bij lineaire verbanden horen formules met twee variabelen. In deze formules staan GEEN kwadraten of wortels. In een lineaire formule staat een startgetal en een hellingsgetal. Hieronder moet je het startgetal (sg) en het hellingsgetal (hg) bepalen. LET OP! Voer het hellingsgetal (hg) in als een breuk. Is het een negatief getal? Zet dan de min er voor. Wanneer je het goed hebt, verschijnt de juiste lineaire formule onder in beeld. Met de ververs-knop rechts bovenin, krijg je een nieuwe lijn.

Je kunt een tabel bij een lineair verband herkennen doordat de toename in de onderste rijd steeds constant is als x in de bovenste rij steeds met 1 toeneemt. Deze constante toename noemen we het hellingsgetal. Het hellingsgetal staat in de formule altijd vóór de lettervariabele. Kun jij nu de tabel op een makkelijke manier verder invullen als je de formule weet? Via de schuifbalk kun je je antwoorden controleren.

Om vergelijkingen op te lossen, maak je gebruik van de balansmethode. Los onderstaande vergelijkingen op. Met de schuifknop kun je de uitwerking zien.

Nog een oefening met de balansmethode. LET OP! Wanneer je iets weg wil hebben, doe dan altijd het tegenovergestelde. Dus bij negatieve getallen moet je optellen. Doe de volgende oefening om te zien of je dit door hebt.

Wanneer je twee lineaire formules hebt, dan kun je het snijpunt van de twee lijnen vinden door een vergelijking op te lossen. Zoek met de balansmethode eerst de x van het snijpunt. De y krijg je door de x in één van de twee formules in te vullen.

Ga nu bij de volgende lijnen bekijken of je weet wat het startgetal en het hellingsgetal is. Kun je nu de formule opstellen?