Inhoud

Je hebt geleerd om de inhoud van een balk, een prisma en een cilinder uit te rekenen. We beginnen met de inhoud van een balk. Kijk goed naar onderstaande uitslag. Kun jij de oppervlakte en inhoud van de balk uitrekenen?

De lastigste van alle ruimtefiguren is de prisma. Een prisma is een ruimtelijke figuur die er namelijk steeds anders uit kan zien. We hebben het over een prisma als het bovenvlak en ondervlak dezelfde vorm hebben en de zijkanten allemaal rechthoeken zijn. Let op! Een prisma kan ook wel eens op een zijkant liggen… Hieronder zie je een aantal voorbeelden van prisma’s.

Je kunt de inhoud van een prisma berekenen door de oppervlakte van het grondvlak te vermenigvuldigen met de hoogte. We beperken ons hier tot prisma’s waarvan het grondvlak de vorm heeft van een driehoek. En de oppervlakte van een driehoek kun jij uitrekenen! Kies bij onderstaande oefening steeds een lengte voor de verschillende zijden (via de schuifknoppen). Bereken dan de oppervlakte van het grondvlak en daarna de inhoud van het prisma. Controleer steeds je antwoorden. Via punt K kun je je de figuur in het plaatje draaien.

Nu de inhoud van een cilinder. Het grondvlak is nu geen driehoek maar een cirkel! Kies bij onderstaande oefening steeds een nieuwe straal en hoogte (via de schuifknoppen). Bereken dan de oppervlakte van het grondvlak en daarna de inhoud van het prisma. Controleer steeds je antwoorden. Via punt K kun je je de figuur in het plaatje draaien.

Bij inhoud moet je kunnen rekenen van inhoudsmaten. Zorg dat je dit goed kan, want je hebt dit bij wiskunde én rekenen nodig!

Tot slot moet je nog weten wat een diagonaalvlak is. Via de zwarte schuifbalk kun je de verschillende diagonaalvlakken in de balk ontdekken. In elk diagonaalvlak zitten bovendien twee lichaamsdiagonalen. Deze kun je via de rode schuifbalk zichtbaar maken. Kun jij nu in eigen woorden opschrijven wat een diagonaalvlak is en wat een lichaamsdiagonaal is. Wat is het verschil tussen een diagonaal en een lichaamsdiagonaal?